onderzoek : nieuwe woning
Om een indruk te krijgen van de verandering van woningtype is gebruik gemaakt van de gegevens van DIA, die zijn toegevoegd aan het totale bestand van de populatie (463). Op deze wijze is de betrouwbaarheid van de conclusies maximaal.
Van de ondervraagde bewoners is 70% veranderd van type woning. Dit is iets meer dan in voorgaande onderzoeken. De verdeling gestapeld versus grondgebonden is veranderd naar ongeveer 1 : 3 . Zoals in onderstaande figuur is te zien woonde nagenoeg iedereen hiervoor in gestapelde woningen. Veel meer huishoudens zijn terecht gekomen in een appartement dat bereikbaar is met een lift: ongeveer 2 ½ keer meer dan in de oorspronkelijke situatie. Desalniettemin zien we ook dat velen toch weer in een portieketage woning terecht zijn gekomen, al is het percentage gezakt van 61% naar 51%. In het voorgaande onderzoek van 2004 was dit iets anders: meer mensen waren toen terecht gekomen in grondgebonden woningen (nagenoeg 30%). Het aandeel dat terecht kwam in portieketagewoningen was ook lager, namelijk 22%. Hier speelt de samenstelling van het voorhanden zijnde aanbod een belangrijke rol.

In dit onderzoek is het vooral van belang of de corporatie aan de woonwensen van de huurders kon voldoen. Op die vraag antwoordt 60% bevestigend en nagenoeg 13% gedeeltelijk, terwijl 87% van de mensen tevreden tot zeer tevreden is met de nieuwe woning. Dit laatste percentage komt nagenoeg overeen met dat van de vorige keer (88%).
Ook de mensen die aangeven dat de nieuwe woning niet aan hun oorspronkelijk woonwensen voldeed, zijn tevreden over hun nieuwe woning. Tijdens de mondelinge gesprekken zijn hierover vele positieve opmerkingen gemaakt. Slechts weinig mensen (3%) zijn echt ontevreden over hun huidige woning en geven de woning een onvoldoende. Uit de mondelinge interviews kwam naar voren dat deze ontevredenheid veelal te maken had met in de ogen van de huurder onvoldoende informatie (vooraf) van de kant van Woningnet en te weinig communicatie met de woningcorporatie.
Ongeveer 20% was (zeer) ontevreden over de staat van de nieuwe woning bij oplevering. Dit is minder negatief dan in voorgaande jaren.
| (zeer) ontevreden | |
|---|---|
| September 2000 - december 2001 | 27% |
| Januari 2002 - december 2002 | 35% |
| Januari 2004 - juli 2006 | 20% |
In de mondelinge interviews is doorgevraagd naar de (on)tevredenheid over de staat van de nieuwe woning en over de verschillende aspecten daarvan. Op grond van deze gesprekken mag worden geconcludeerd dat de kwaliteit van de nieuwe woning in de ogen van de geherhuisveste huishoudens goed is. Slechts in een enkel geval waren mensen ontevreden. Volgens de mensen die mondeling zijn ondervraagd, waren de muren in sommige woningen erg beschadigd en niet vlak (“de muren in de slaapkamer zagen er uit als een maanlandschap”); moest er nog veel geschilderd worden (“het huis had alle kleuren van de regenboog”) en moest er door de huurders zelf veel gedaan worden.
Uiteindelijk geeft nagenoeg iedereen (97%) de huidige woning een voldoende. Dit is een vergelijkbare score met die van de vorige keer. Nagenoeg 2/3 geeft de nieuwe woning het rapportcijfer 8 of hoger. Met name de ouderen zijn tevreden met hun nieuwe woning.


