onderzoek : informatievoorziening
De respondenten zijn door een brief van de corporatie over de herhuisvesting ingelicht. In de brief wordt het wijkvernieuwingsproces toegelicht. In het Sociaal Plan staat aangegeven dat de betrokken bewoners een jaar voor de sloopdatum bericht van de corporatie krijgen over de herhuisvesting. Aan de respondenten is gevraagd of deze informatievoorziening op tijd is ontvangen, duidelijk geformuleerd en volledig was.
Het overgrote deel, 80%, heeft aangegeven tevreden te zijn over de manier waarop men te horen kreeg dat men moest verhuizen. Dit percentage is vergelijkbaar met dat van de vorige keer, toen 83% aangaf (zeer) tevreden te zijn over de informatievoorziening. Het overgrote deel verwijst naar de persoonlijke brief die ze hebben gehad, waarin ze zijn voorgelicht over de op handen zijnde herhuisvesting. Deze aanpak wordt zeer op prijs gesteld. Van de mensen die hierover niet tevreden waren geven enkele mensen (16%) aan dat ze het op prijs hadden gesteld als ze middels een persoonlijke benadering op de hoogte waren gesteld. Het percentage respondenten dat ontevreden is over de wijze van inlichting is vergelijkbaar met dat van de vorige keer.
Ongeveer 85% wist ongeveer een jaar of eerder dat de woning gesloopt zou worden. Over het geheel genomen vindt dan ook 90% dat men op tijd is ingelicht over de herhuisvesting. Dit is gelijk aan dat van vorige onderzoeken. Een enkeling vindt de termijn van 1 jaar wat kort en had het liever wat eerder gehoord in verband met investeringen die hij zelf in de woning had gedaan. Overigens wist de helft van de mensen het al wel eerder dan een jaar.
Van de ondervraagde bewoners is 80% tevreden over de schriftelijke informatievoorziening. Deze was volgens hen helder en duidelijk. De reden dat 16% ontevreden is over de informatievoorziening is volgens de mondelinge respondenten dat de informatie minimaal was en dat er veel verwezen werd naar de weinige nieuwsbrieven: “Wat mij betreft hadden er vaker nieuwsbrieven verstuurd kunnen worden. Natuurlijk zal er niet altijd evenveel te melden zijn, maar de bewoners zullen wel zien dat men er mee bezig is”.
Ongeveer de helft heeft een bewonersavond bezocht. Dit is een opvallende daling ten opzichte van 2004, toen ongeveer 70% aanwezig was, maar vergelijkbaar met de uitkomst van het onderzoek in 2002. Deze verschillen hebben te maken met de leeftijdsverdeling van de huishoudens. Vaak zijn het met name de oudere respondenten die naar een bewonersavond gaan, de jongeren (onder de 30) zijn minder geneigd een bewonersavond te bezoeken. Van de jongeren bezoekt slechts een derde dit soort avonden, terwijl bij de ouderen het aandeel ongeveer twee keer zo groot is.
Ongeveer 2/3 van de mensen die naar een bewonersavond zijn geweest, is tevreden over de informatievoorziening. Dit is al beter dan voorgaand onderzoek, toen dit voor slechts de helft gold. De overige waren ontevreden omdat alleen maar informatie gegeven werd en er geen inspraak meer mogelijk was. “Zij hadden alles al bepaald”. Een paar gaven aan dat de informatie ook niet duidelijk was, met name voor oudere bewoners.

